Home Behoudfactor Masthoogte Maststerkte Multilayer Rekenrasters Rendement Vermogen

Lichtplan sportverlichting

Onderstaande betreft sportverlichting buiten, maar veel informatie is breder toepasbaar.

Het lichtplan is het ontwerp van de verlichtingsinstallatie en omvat onder andere:

Beoordelen lichtplan

Voor het beoordelen van een lichtplan zijn een aantal aspecten belangrijk:

Gelijkmatigheid

Voor de gelijkmatigheid worden drie parameters beschouwd:

Vervolgens worden twee verhoudingen bepaald:

Van deze twee is Emin:Emax wellicht het belangrijkste. Emin:Egem zegt alleen iets over donkere plekken, Emin:Emax zegt iets over lichte en donkere plekken. Sommige sportbonden hebben opvallend genoeg alleen een minimum waarde voor Emin:Egem en niet voor Emin:Emax. Sportbonden die een minimum waarde voor Emin:Emax hebben zijn meestal conservatief met een lage minimum waarde.

Eigenlijk zou het beter zijn naar Emin:Egem (alleen donkere plekken) en Egem:Emax (alleen lichte plekken) te kijken. Maar aangezien Emin:Emax = Emin:Egem × Egem:Emax kunnen we Egem:Emax gemakkelijk berekenen. Stel Emin:Egem = 0.8 en Emin:Emax = 0.6. Dan is Egem:Emax = 0.6 / 0.8 = 0.75. Zowel Emin:Egem (0.8) als Egem:Emax (0.75) zijn in dit voorbeeld vrij hoog en dat is prettig.

PA (Principal Area) en TA (Total Area)

Voor alle sporten is in de Nederlandse norm NEN-EN 12193 een PA (Principal Area) en TA (Total Area) vastgelegd. De PA is het oppervlak waarop het spel gespeeld wordt, de TA is de PA plus een uitloopzone of veiligheidszone. De PA is voor de meeste sporten het door lijnen afgebakende speelveld, maar bijvoorbeeld bij tennis is het een groter gebied.

De minimum waarden voor Egem, Emin:Egem en Emin:Emax gelden voor de PA. De betreffende waarden van de TA moeten minstens 75% van de minimum waarden van de PA zijn.

Kwaliteit

De gelijkmatigheid is één van de belangrijkste aspecten voor de functionele kwaliteit van de verlichting. Lichte en donkere plekken vallen gelijk op, maar 10 lux of 20 lux meer of minder valt niet op. Het is dus goed de gelijkmatigheid te verbeteren, zelfs als dat iets ten koste zou gaan van de hoeveelheid licht op het veld.

Het ene kunstgras reflecteert meer licht dan het andere. Het kan zijn dat een veld met 50 lux meer en kunstgras dat weinig licht reflecteert toch donkerder lijkt dan een ander veld met 50 lux minder en kunstgras dat veel licht reflecteert. Op het oog is mede hierdoor niet te bepalen hoeveel licht er op een veld valt, alleen een meting kan daar duidelijkheid over geven.

Rekenraster

Lichtplannen worden berekend met een rekenraster. Het rekenraster is een aantal punten waarvan de hoeveelheid lux berekend wordt. In veel gevallen zijn de voorgeschreven rekenrasters nogal grof, bij voetbal en hockey bijvoorbeeld zo'n 5x5 meter. Dit geeft geen goed beeld van de werkelijkheid, met name de gelijkmatigheid kan hierdoor behoorlijk vertekenen. Dat kan er toe leiden dat een lichtplan wordt gekozen die op papier de beste gelijkmatigheid heeft, maar in werkelijkheid de slechtste.

Het is verstandig de leverancier om twee berekeningen te vragen:

Zie de aparte pagina over rekenrasters op deze website voor meer informatie.

Meetraster

Of de installatie de berekende waarden waarmaakt moet door een meting met een luxmeter vastgesteld worden. Hiervoor wordt echter niet het rekenraster gebruikt, maar een meetraster met om praktische redenen minder punten. De Nederlandse norm NEN-EN 12193 laat het aantal punten van het meetraster vrij, maar in de NSVV aanbevelingen voor diverse sporten wordt het meetraster gespecificeerd. Voor voetbal en hockey is de afstand tussen de meetpunten 10 meter.

Berekening vs. meting

Om diverse redenen kan een meting afwijken van berekende waarden. De Nederlandse norm NEN-EN 12193 stelt dat de afwijking voor de verlichtingssterkte niet meer dan 10% mag zijn. Voor afwijkingen in gelijkmatigheid en lichthinder wordt helaas niets gezegd.

Berekende waarden zijn uiteraard alleen betrouwbaar als het richten van de armaturen in de ontwerpsoftware overeenkomt met hoe de armaturen in de werkelijkheid gericht worden.

De ontwerpsoftware gaat standaard uit van horizontaal draaien en verticaal kantelen van armaturen (richten in twee vlakken), maar bij armaturen met individueel te richten modules die draaien om een schuine as gaat het om een rotatie beweging (richten in drie vlakken). In de ontwerpsoftware is richten met drie vlakken nogal omslachtig en leveranciers richten voor het gemak dan vaak met twee vlakken. Hierdoor ontstaan echter verschillen tussen berekende en gemeten gelijkmatigheid en lichthinder. Vooral als er interne louvres of externe kapjes gebruikt worden kan de lichthinder afwijking dan erg groot zijn.

Zie de aparte pagina over valkuilen op deze website voor meer informatie.

Sporttechnische eisen

Sportbonden hebben op hun website meestal wel de nodige informatie over veldverlichting staan, in ieder geval over de minimum eisen. Eventueel kunnen de NSVV aanbevelingen voor de betreffende sport aangeschaft worden, deze bevatten wat uitgebreidere informatie. Dit kan via de NSVV website, www.nsvv.nl, ga naar Publicatieshop, selecteer vakgebied Sportverlichting.

Behoudfactor

Armaturen geven door veroudering en vervuiling minder licht. Bij conventionele armaturen geeft een lage netspanning minder licht, bij led-armaturen is dat echter niet het geval. De behoudfactor geeft aan hoeveel de lichtopbrengst in de loop der jaren terug zal lopen. Stel de behoudfactor is 0.9 en Egem moet minimaal 200 lux zijn. Dan zal de installatie bij oplevering een Egem van minimaal 222 lux moeten hebben. Over de loop der jaren zal Egem dan teruglopen van 222 lux naar 200 lux.

Door vervuiling van armaturen zal de lichtopbrengst iets afnemen, maar bij onderhoud worden de armaturen schoongemaakt en wordt dit weer teruggebracht. Met regelmatig onderhoud zal het verlies minimaal zijn.

Zie de aparte pagina over de behoudfactor op deze website voor meer informatie.

Rendement

Het rendement van een installatie wordt bepaald door de volgende factoren:

Een veelal over het hoofd geziene factor is dat het rendement van led-armaturen toeneemt als ze gedimd worden. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat voor 90% licht slechts 80% stroom nodig is. Of voor 80% licht slechts 65% stroom. De leverancier kan hopelijk een grafiek of tabel leveren van het rendement.

Er moet dus gekeken worden naar hoeveel watt nodig is voor de gewenste hoeveelheid lux op het veld. Het rendement van de armaturen is daarvoor wel van belang, maar niet bepalend.

Zie de aparte pagina over rendement op deze website voor meer informatie.

Extra armaturen

Het kan zelfs beter zijn een iets groter aantal armaturen te installeren zodat die meer gedimd kunnen worden. De hoeveelheid lux op het veld is dan hetzelfde, maar het stroomgebruik, gecontracteerd vermogen en afgenomen vermogen lager. De extra armaturen kunnen zich op termijn daardoor terugverdienen.

De lichthinder voor omwonenden is daarbij minder, de gelijkmatigheid meestal beter, de armaturen zijn wat minder verblindend voor spelers en er is meer zekerheid dat de gewenste hoeveelheid lux in stand gehouden kan worden mocht de behoudfactor tegenvallen.

De moeite van het overwegen dus zeker waard. Zelfs al zou het iets meer kosten, maar waarschijnlijk kost het op langere termijn minder.

Zie de aparte pagina over rendement op deze website voor meer informatie.

Multilayer vs. multispot armaturen

Voor openbare verlichting (straten, wegen) is het onderscheid tussen multilayer en multispot armaturen relevant. Voor sportverlichting speelt dit echter niet en beperkt een keuze voor multilayer of multispot de mogelijkheden om gelijkmatigheid, lichthinder en rendement te optimaliseren. Het is daarom beter zowel multilayer als multispot armaturen te beschouwen.

Zie de aparte pagina over multilayer en multispot op deze website voor meer informatie.

Leveranciers

Helaas nemen niet alle leveranciers het even nauw met eisen, voorwaarden en richtlijnen. We zien regelmatig voorbeelden van zaken die te mooi worden voorgesteld, soms door onwetendheid, soms door gemakzucht of andere redenen. Het beoordelen van offertes is toch al lastig, dat wordt hierdoor nog lastiger.

De NSVV heeft een Gedragscode Lichtberekeningen opgesteld. Op de website van de NSVV is een overzicht van leveranciers te vinden die zich conformeren aan deze gedragscode. Dat geeft geen 100% garantie, maar deze leveranciers staan voor een eerlijk en compleet lichtplan.

Lichthinder berekening

Zeker als er omwonenden op korte afstand zijn is het verstandig een lichthinder berekening te verlangen. Zonder lichthinder berekening is er een risico dat omwonenden gaan klagen en de verlichting achteraf tegen substantiele kosten aangepast moet worden en/of de gelijkmatigheid van de verlichting daardoor achteruit gaat. Ondanks dat sommige leveranciers anders willen doen geloven is een lichthinder berekening normaal gesproken een kleine moeite.

Een lichthinder berekening moet uitgevoerd worden met de behoudfactor zoals die bij oplevering is (1 bij led-armaturen). De verlichtingssterkte op het veld moet echter berekend worden met de behoudfactor zoals die aan het einde van de levensduur is.

Lichtmasten sterkte

Bij bestaande masten is het belangrijk te bepalen of de masten voldoende sterk zijn voor de te installeren armaturen. Het gewicht en windvang van nieuwe armaturen zal anders zijn en kan een hogere belasting van de masten geven. Ook kunnen masten door veroudering minder sterk geworden zijn. Eventueel kan met behulp van sterktemetingen vastgesteld worden of de masten voldoende sterk zijn voor de belasting van de nieuwe armaturen.

Zie de aparte pagina over maststerkte op deze website voor meer informatie.

Lichtmasten hoogte

Hogere masten geven minder lichthinder, vaak een betere gelijkmatigheid en door minder strooilicht ook een beter rendement.

Zie de aparte pagina over masthoogte op deze website voor meer informatie.

Vergunning

Voor nieuwe masten is altijd een vergunning nodig. Voor het vervangen van armaturen was voorheen geen vergunning nodig, maar met de omgevingswet is er meer ruimte voor lokaal beleid. Check voor de zekerheid met de gemeente of er een meldingsplicht of vergunningsplicht is voor het vervangen van armaturen.

Keuze

De keuze van een leverancier zou je kunnen laten bepalen door a) de laagste prijs, b) de beste kwaliteit of c) de beste prijs/kwaliteit verhouding. Vaak zal de keuze een afweging van prijs en kwaliteit zijn.

Daarbij zijn de volgende factoren het belangrijkste:

Wat kan helpen is eerst een weging van deze factoren te bepalen en vervolgens elke leverancier een score op deze factoren te geven. Daar komt dan een keuze uit en deze kan je vergelijken met wat je gevoel zegt. Zijn beiden hetzelfde dan is je gevoel blijkbaar gebaseerd op feiten, wijken beiden af dan kun je kijken waardoor dat komt en proberen beiden in lijn te krijgen.

Realiseer je ook dat veldverlichting een investering voor vele jaren is, misschien wel tientallen jaren. Een paar duizend euro voor een betere kwaliteit mag veel geld lijken, maar per jaar gaat het over een klein bedrag en een betere kwaliteit is dat meestal wel waard.

Oplevering

Bij oplevering wordt over het algemeen een meting op het veld uitgevoerd om Egem, Emin:Egem en Emin:Emax te bepalen. Er wordt echter zelden of nooit een lichthinder meting uitgevoerd om te kijken of omwonenden niet met teveel lichthinder geconfronteerd worden. Het is echter aan te raden bij oplevering voor (enkele representatieve) omwonenden de lichthinder te meten en zo te zien of de lichthinder redelijk overeenkomt met de berekende waarden.

Het is ook goed na oplevering het opgenomen vermogen te meten om te kijken of het rendement klopt met wat is opgegeven. Dat kan met een eenvoudige stroomtang. Elders op deze website staat hierover meer informatie.

Prestatie eisen

Een lichtplan moet niet een vrijblijvende indicatie zijn. Daarom is het verstandig in het contract met de leverancier minimum prestaties vast te leggen, bijvoorbeeld:

In de norm NEN-EN 12913 is vastgelegd dat de berekende verlichtingssterkte maximaal 10% mag afwijken van de gemeten verlichtingssterkte. Over de gelijkmatigheid, lichtsterkte en rendement wordt echter niets gezegd. Het is juridisch gezien uiteraard beter om prestatie eisen in het contract met de leverancier op te nemen dan te vertrouwen op algemene normen en/of mondelinge toezeggingen.

Contact

Vragen? Neem via gerust contact op.