Home Behoudfactor Lichtplan Masthoogte Maststerkte Multilayer Rendement Vermogen

Rekenrasters

Lichtplannen worden berekend met een rekenraster. Het rekenraster is een aantal punten waarvan de hoeveelheid lux berekend wordt. Egem, Emin en Emax zijn respectievelijk het gemiddelde, het minimum en het maximum van de rekenpunten. De gelijkmatigheid wordt vervolgens beoordeeld door naar Emin:Egem en Emin:Emax te kijken.

Rekenpunten

De Nederlandse norm NEN-EN 12193 schrijft het aantal punten van de rekenrasters voor. Voor voetbalvelden van 100x64 meter is dat bijvoorbeeld 19x13 punten, voor hockeyvelden 19x11 punten, voor tennisvelden 13x7 punten. De norm legt vast dat er een oneven aantal rekenpunten gebruikt moet worden (zodat rekenpunten zowel in de lengte als de breedte in het midden liggen), maar laat de exacte afstand tussen rekenpunten vrij. In de NSVV aanbevelingen voor diverse sporten wordt meestal wel precies beschreven waar de rekenpunten moeten liggen.

Niet alle leveranciers gaan even nauwkeurig met rekenrasters om waardoor er wel eens een iets afwijkend rekenraster gebruikt wordt. De ontwerpsoftware neemt soms niet het juiste aantal punten en dat kan over het hoofd worden gezien. Door verschillen in rekenrasters hebben we in de praktijk niet altijd een appels met appels vergelijking.

Vertekend beeld

De rekenpunten liggen meestal iets van de randen van het veld af, terwijl het minimum vaak op de rand van het veld ligt. Het zou beter zijn de buitenste rekenpunten op de randen van het veld te leggen, maar dit is jammer genoeg niet voorgeschreven.

Een groter probleem is dat de meeste rekenrasters te grof zijn. Bij voetbalvelden en hockeyvelden bijvoorbeeld is de afstand tussen rekenpunten ongeveer 5 meter. Het werkelijke minimum en werkelijke maximum kunnen daardoor 3.5 meter van de rekenpunten af liggen en dat kan een vertekend beeld van de werkelijkheid geven.

Verkeerde keuze

Stel het werkelijke minimum is 150 lux. Ligt dit punt toevallig op een rekenpunt dan is de berekende Emin ook 150 lux. Maar ligt het werkelijke minimum ergens tussen rekenpunten in dan kan de berekende Emin behoorlijk hoger zijn, bijvoorbeeld 170 lux. Idem kan de berekende Emax behoorlijk lager zijn dan het werkelijke maximum. Het kan daardoor zijn dat lichtplan A betere waarden voor Emin:Egem en Emin:Emax laat zien dan lichtplan B, maar lichtplan B in werkelijkheid beter is. Hieronder volgt een voorbeeld.

Met andere woorden: een grof rekenraster kan tot de verkeerde keuze leiden. Een lichtplan met een rekenraster van 1x1 meter geeft een veel betere benadering van de werkelijkheid dan een lichtplan met een grof rekenraster.

Twee berekeningen

Het is verstandig de leverancier om twee berekeningen te vragen:

Het rekenraster van 1x1 meter moet daarbij een oneven aantal punten hebben, zodat de rekenpunten zowel in de lengte als in de breedte in het midden van het veld liggen. Want Emin kan, zeker bij grotere velden, ook in het midden van het veld liggen.

Gevuld isolijnen diagram

De ontwerpsoftware kan meestal een met verschillende kleuren gevuld isolijnen diagram maken. Dit geeft een mooi visueel beeld van de verdeling van het licht over het veld. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

Aangezien het spel het meest in het midden van het veld plaatsvindt hebben we de donkerste plekken liever aan de rand van het veld dan in het midden. Idealiter liggen de donkerste en lichtste plekken niet vlak naast elkaar (dat kan eventueel in een gradiënt uitgedrukt worden). Met een gevuld isolijnen diagram kunnen dergelijke aspecten visueel beoordeeld worden.

De kwaliteit van de verlichting is moeilijk in een paar getallen te vangen, een gevuld isolijnen diagram geeft een genuanceerder beeld dan alleen Emin:Egem of Emin:Emax.

Voorbeeld

We hebben twee lichtplannen voor een voetbalveld, die allebei ruimschoots voldoen aan de nieuwste eisen. Lichtplan A met een rekenraster van 19x13 punten:

MinMaxGemMin/GemMin/Max
167.4250.8202.20.830.67

Lichtplan B met een rekenraster van 19x13 punten:

MinMaxGemMin/GemMin/Max
163.2246.3202.10.810.66

Op basis hiervan zouden we voor lichtplan A kiezen (zowel Emin:Egem als Emin:Emax iets beter).

Lichtplan A met een rekenraster van 1x1 meter:

MinMaxGemMin/GemMin/Max
139.1256.7200.90.690.54

Lichtplan B met een rekenraster van 1x1 meter:

MinMaxGemMin/GemMin/Max
161.1246.6201.50.800.65

We zien voor lichtplan A een significant verschil tussen beide rekenrasters:

RasterMinMaxGemMin/GemMin/Max
19x13167.4250.8202.20.830.67
1x1 m139.1256.7200.90.690.54

Voor lichtplan B is het verschil echter minimaal:

RasterMinMaxGemMin/GemMin/Max
19x13163.2246.3202.10.810.66
1x1 m161.1246.6201.50.800.65

Met een rekenraster van 1x1 meter wordt nu duidelijk dat niet lichtplan A maar lichtplan B beter is (Emin:Egem en Emin:Emax significant beter). Met een rekenraster van 19x13 punten zouden we de verkeerde keuze maken. Hoe fijner het rekenraster hoe beter het beeld de werkelijkheid benadert, hoe grover het rekenraster hoe meer het beeld vertekend kan zijn.

Ontwerpen

Een rekenraster van 1x1 meter geeft een beter beeld van de werkelijkheid dan een grof rekenraster. Het is mede daarom beter te ontwerpen met een rekenraster van 1x1 meter. Ontwerp je met een grof rekenraster dan werk je er naar toe dat het werkelijke minimum en werkelijke maximum zo ver mogelijk van de rekenpunten af komen te liggen. Daarmee wordt het verschil met de werkelijkheid groter, terwijl je juist wil dat dit zo klein mogelijk is.

Samengevat

Het is zowel bij het ontwerpen als het beoordelen van lichtplannen beter een rekenraster van 1x1 meter te gebruiken. Dat leidt tot betere lichtplannen en betere keuzes.

Contact

Vragen? Neem via gerust contact op.